Het verhaal van een Youngster (08-06-2026)

In zijn eigen woorden vertelt een Youngster over boosheid, moeilijke periodes en stap voor stap weer vooruit durven kijken. De foto en tekst koos en schreef hij zelf. Voor publicatie is niets aangepast, omdat dit is hoe het voor hem klopt.

Mijn levensverhaal

Vanaf mijn tiende woon ik niet meer thuis. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat het echt niet meer ging. Ik wilde niet meer leven. Die gedachten waren zo heftig dat ik uit huis moest.

Maar daar werd het niet beter. Ik voelde me vaak niet gezien. Niet gehoord. Alsof ik er wel was, maar niemand mij echt zag. De boosheid in mij werd steeds groter. Op een gegeven moment kon ik het niet meer en ben ik weggegaan.

Toen kwam ik op een andere plek. Daar voelde ik me vaak een lastig kind. Alsof ik altijd degene was die fout zat. Er waren veel regels. Alles was strak. Ik mocht maar heel kort op mijn telefoon. Sommige begeleiders waren goed voor mij, en dat voelde ik. Maar bij anderen voelde ik me weer klein.

Ik kreeg elke week therapie. Dat heeft me uiteindelijk wel geholpen. Zonder dat had ik dit nu niet zo kunnen vertellen.

Naast ons zat een crisisgroep. Daar was ik echt bang voor. Het voelde onrustig en onveilig. Begeleiders liepen steeds heen en weer. Op mijn kamer voelde ik me het meest veilig. Daar kon niemand zomaar binnenkomen. Daar kon ik even mezelf zijn.

Ik heb daar twee jaar gewoond. Toen de groep werd gesloten, ben ik weer naar huis gegaan.

Het eerste jaar thuis ging nog wel. Maar daarna ging het weer mis. De gedachten kwamen terug. Ik wilde weer dood. Er waren veel ruzies. Vooral met mijn zusje. Zij werd bang voor mij. En dat doet pijn om te zeggen. Mijn moeder durfde op een gegeven moment niet meer alleen met mij te zijn.

Thuis werd het weer een crisis. Met agressie en geweld. Toen heb ik zelf besloten om weer uit huis te gaan.

Ik kreeg hulp thuis, maar dat werkte niet voor mij. Uiteindelijk kwam ik bij Youngster terecht. Ik weet niet eens meer precies hoe. Maar ik weet nog wel dat de groep er nog niet eens was. Ze maakten een plek voor mij. Ik mocht helpen om de groep op te bouwen. Ik werd de eerste bewoner.

Na een week kwam er iemand bij. Dat ging niet goed. Ik was boos. Eigenlijk was ik alleen maar op zoek naar afwijzing. Omdat dat was wat ik kende. Door het pesten had ik geleerd dat mensen toch wel weggaan.

Ik heb daar vier jaar gewoond. Het werd steeds drukker. Ik trok me steeds vaker terug op mijn kamer. Ook daar had ik momenten dat ik niet meer wilde leven. Ik deed dingen waar ik nu anders naar kijk.

Ongeveer anderhalf jaar geleden hoorde ik dat ik naar een appartement op de groep mocht verhuizen. Dat gaf me stress. Maar ook iets anders… ik wilde veranderen.

De begeleiders begonnen mij echt te begrijpen. Als ik mijn harde muziek aan deed, lieten ze me soms even met rust. En als het zakte, moest ik vaak huilen. Dan kwam er iemand naar me toe. Gewoon een knuffel. Dat hielp meer dan woorden.

Bij Youngster heb ik geleerd om beter met mijn boosheid om te gaan. Ik kreeg weer zin om dingen te doen. Alleen zijn bleef moeilijk. Ik had veel hulp nodig.

In de weekenden ging ik naar huis. Als het daar misging, belde ik de groep. Gewoon om te vragen wat ik moest doen. Dat gaf me houvast.

Ik heb nog fouten gemaakt. Ik ben nog boos geweest. Ik heb zelfs gevochten met een begeleider. Maar daarna wist ik: dit wil ik niet meer. Zo wil ik niet zijn.

Toen zei de directeur dat ik naar een WLZ-plek mocht. Ik wist niet wat dat was. Hij liet mij een kamer zien. De grootste. En hij zei dat die voor mij was. Omdat ik zo hard had gewerkt.

Dat kwam echt binnen.

Vanaf dat moment ben ik stappen gaan maken. Grote stappen. Ik werk nu. Ik durf weer dingen. Ik ben zelfs in het weekend op de groep zonder bang te zijn. Het voelt als mijn thuis.

Mijn ouders komen nu bij mij op bezoek. De band is beter. Rustiger. Mijn zusje komt ook langs. En dat betekent misschien nog wel het meest.

Ze is niet meer bang voor mij.

Voor het eerst voel ik me echt een grote broer.

Ik ben trots op waar ik nu sta. Dat had ik vroeger nooit gedacht. Ik heb nog dromen. Dingen die ik wil bereiken.

En één ding weet ik zeker: zonder deze plek was ik hier niet gekomen.

Hier klopt het.

(mei 2026)

(Het verhaal als pdf)